Freinet technieken

freinet014

Freinet ontwikkelde een aantal technieken waardoor het mogelijk wordt dat:

  • ervaringen van de kinderen uitgangspunt zijn voor het onderwijs,
  • de organisatie van het klasse-leven voor de kinderen overzichtelijk is, zodat er sprake van zelfbeheer kan zijn,
  • kinderen leren van de ervaringen van andere kinderen, volwassenen, andere culturen enz., waarbij de leerkracht diepte en structuur aanbrengt,
  • eventuele methodes nooit leidend zijn maar altijd ondersteunend gebruikt kunnen worden.

Freinet-technieken

Freinet-technieken

op de Vrijplaats

Kringgesprek

Iedere ochtend en middag begint in Freinet-groepen met een kringgesprek en er wordt ook vaak mee afgesloten. De kinderen hebben de gelegenheid om alles wat ze vinden, zien, ervaren, horen, krijgen en produceren in de kring in te brengen.

Het werk wordt er door leerkracht en leerlingen, in overleg georganiseerd. Alle zaken die het leven in de groep betreffen komen aan bod.

Op de Vrijplaats zit ieder kind in een stamgroep. Aan het begin van de ochtend komt de stamgroep bij elkaar in het stamgroep-lokaal. Dan is er tijd voor het uitwisselen van ervaringen en wordt de verbinding gelegd tussen de individuele werkplannen en de plannen en projecten van de groep.
Klassenvergadering en muurkrant
De agenda van de klassenvergadering bestaat uit de opmerkingen op de muurkrant. Daarop of daarin schrijven de leerlingen en de leerkracht felicitaties en vragen die tijdens een vast onderdeel van de kring of tijdens een aparte vergadering worden besproken. Over voorstellen neemt de groep gezamenlijk besluiten.Ook worden er conflicten doorgenomen en nieuwe afspraken voor de goede gang van zaken gemaakt. In een Freinetklas worden zelfbestuur, democratie en burgerschapskunde dagelijks in de praktijk beoefend en geleerd.

Op de muren van het stamgroeplokaal laten de kinderen en de leerkracht zien wat er leeft in de groep d.m.v. tekst, foto’s, verzameld materiaal. Ook de muurkrant krijgt daar een plek.

Naast de klassenvergadering zijn er ook vergaderingen met (afgevaardigden van) de hele school. Problemen worden besproken maar ook b.v. plannen en wensen t.a.v. school-brede projectweken of uitnodiging externe deskundigen worden gedeeld.

Werkplannen

Bij de grote hoeveelheid aan activiteiten waaruit kinderen zelf kunnen kiezen is het voor veel kinderen nuttig om een dag of weekplan in te vullen. Dagelijks leggen leerlingen zichzelf inspanningen op die niets te maken hebben met gemak.

Op de vrijplaats werken en spelen de kinderen individueel of in (niveau)groepen in de werkplaats van hun bouw.

De leerkracht (mentor) is de coach van de kinderen uit zijn/haar stamgroep. Samen met de kinderen worden op vaste tijden dag- en weekplannen gemaakt en geëvalueerd.

3 X per jaar worden de werkplannen met de kinderen en hun ouders besproken.

De werkplannen zijn onderdeel van het portfolio.

Vrije teksten

Veel teksten schrijven, teksten regelmatig voorlezen, er met gevoel over praten, wekelijks teksten bespreken en optimaal bewerken, eindteksten uitdagend vormgeven, vermenigvuldigen en verspreiden, maken geschreven taal voor leerlingen tot zinvol en motiverend werk.

In iedere werkplaats is een plek voor taal. Het hangt van de leeftijd af hoe die plek eruit ziet. Gesprekken en eigen teksten van kinderen zijn altijd het beginpunt.

Er zijn mogelijkheden voor het bijhouden van dagboeken en portfolio’s, het drukken van teksten, schrijven van blogs of delen en bespreken van eigen teksten.

Tekstbespreking
Iedere keer worden de levensechte teksten van de kinderen zelf besproken. De teksten zijn niet bedacht, niet gekunsteld, maar betekenisvol, functioneel. Taalbeschouwing is daarmee zoveel mogelijk gekoppeld aan (beter) leren lezen en schrijven en al doende leren.

Zowel in de werkplaats als in de stamgroep is veel ruimte voor eigen, levensechte teksten.

Het aanvankelijk lees en spellingsonderwijs gebeurt rond globaal-woorden die voortkomen uit de eigen teksten van kinderen. Ook het verdere lees- en spellingsonderwijs neemt teksten van de kinderen of uit de omgeving van de kinderen als uitgangspunt.

Levend lezen

In het freinetonderwijs heeft geschreven taal in de eerste plaats een communicatieve functie: er wordt iets meegedeeld, waarop de schrijver en lezer zich betrokken voelen en al doende leer je lezen.

Leerkrachten in de kleutergroep brengen kinderen heel bewust in aanraking met veel vormen van geschreven taal. Vervolgens zijn de tekeningen, de teksten en de taal van de kinderen zelf vertrekpunt voor het leren lezen. De koppeling van inhoud en techniek is van begin af aan belangrijk en al het lezen vindt plaats in een voor de leerlingen zinvol verband.

De uitgangspunten van Levend lezen zijn een belangrijke inspiratiebron voor het lees- en taalonderwijs op de Vrijplaats.

De kinderen leren diverse vormen van geschreven taal gebruiken. Waaronder ook het delen van informatie en ervaring via eigen digitale Media, eventueel gekoppeld aan dig. portfolio’s.

In de werkplaatsen zijn vaste momenten waarop de kinderen in   niveaugroepen werken aan het inoefenen en automatiseren van lees-, taal- en spellingsvaardigheden. Het streven is dat de kinderen weten waarom ze dit doen.

Levend rekenen

Aan veel activiteiten in de kring en ontdekkingen die kinderen doen, zitten reken- en wiskundeaspecten. Als de leerkracht deze tot een gezamenlijke rekenactiviteit maakt, onderzoeken kinderen de wiskundige kant van hun leef- en belevingswereld. Er wordt veel belang gehecht aan de echtheid van het rekenen. Er wordt geteld en vergeleken, gemeten en geschat. Van de maat van schoenen tot de waarde van verschillende knikkers, de grootte van het veldje naast de school …

Hetzelfde geldt voor de uitgangspunten van Levend rekenen.

Diverse projecten uit het atelier en de werkplaats bieden aanknopingspunten voor rekenonderwijs. Denk aan vaardigheden die je nodig hebt om iets te maken maar ook aan muziek, dans of beweging.

Er wordt veel gehandeld, geëxperimenteerd en onderzocht. Ook in de hogere groepen. En er wordt altijd gezocht naar de relatie met de werkelijke wereld buiten de schoolmuren.

In de werkplaats zijn vaste momenten waarop de kinderen in niveaugroepen werken aan automatiseren en memoriseren van rekenvaardigheden.

Klassenkas

Met de klassenkas heeft de groep de mogelijkheid medeverantwoordelijkheid en ondernemerschap te realiseren.

In de klas hebben de kinderen de beschikking over een geldbedrag om zelf benodigdheden te kunnen kopen. Het kan gaan om vervanging van spulletjes in de klas, kleine reparaties, de aanschaf van een nieuwe voetbal, maar soms groeit de klassenkas uit tot startkapitaal voor een (duurzame) mini-onderneming.

In het atelier bevindt zich een winkel waarin materiaal gekocht kan worden. De winkel wordt door de kinderen zelf beheerd.

Zie bv. Room 13 in Bristol waar een winkel gerund wordt in teken- en schildersspullen. Op die manier krijg je een soort mini-economie in de school.

Vrij werk

Creativiteit ontwikkelen kinderen net als praten en lopen door het veel te doen onder begeleiding van de leerkracht. Uitgaande van interesse en mogelijkheden kunnen leerlingen uiting geven aan hun gedachten en gevoelens door middel van tekenen, illustreren, schilderen, handvaardigheid, textiele werkvormen, schrijven, taalexpressie en toneel, film, video en fotografie, pantomime, muziek, dans …

Kunst is een andere vorm van communiceren. Leerkrachten brengen kinderen regelmatig met cultuur in aanraking.

Om nieuwe mogelijkheden te laten ervaren, brengen leerkrachten en klasgenoten steeds een nieuwe techniek in of ze nodigen ouders, experts en kunstenaars uit die op het gebied van expressie wat speciaals te bieden hebben.

In het Freinetonderwijs is van oudsher het vrije creatieve werk belangrijk voor de kinderen om op andere manieren te communiceren. In de Vrijplaats neemt vrij creatief werk een bijzondere plaats in. Door het atelier, waar alle kinderen de kans krijgen met kunstenaars samen te werken, en door de kunstprojectweken die elke 6 weken in de hele school plaatsvinden.

De Vrijplaats geeft onder andere door het atelier als autonome plek (Masschelein 2013), door de (inter)disciplinaire projecten, door de kunstenaars in residence en het (vrij) werken met digitale media een actuele invulling aan deze Freinettechniek.

Klassenkrant

Door de komst van de pc is een idee uit de jaren dertig door Freinetgroepen in een paar jaar omgevormd tot een eenvoudig, veelzijdig en krachtig hulpmiddel, dat in vrijwel iedere basisschoolgroep te gebruiken is. Een eigen krant van de groep geeft een actueel beeld van wat kinderen in de klas en hun vrije tijd beleven. In veel groepen is het een A4-velletje, aan twee kanten geprint, niet meer en niet minder.

Een drukpers in het atelier, maar ook A2 printers en verschillende andere manieren voor digitale en mechanische reproductie ondersteunen het verspreiden van de klassenkrant. Maar ook wordt informatie gedeeld met digitale middelen via (eigen) sociale media.

De eigen ervaring van de kinderen is uitgangspunt, maar ook belangstelling voor maatschappelijke vraagstukken en de wereld om hen heen kan (in toenemende mate in de hogere klassen).

Illustraties drukken

Een illustratie kan iets aan een tekst toevoegen wat er nog niet in zit, inhoud en vormgeving ondersteunen elkaar. Je wilt bovendien dat je tekst gelezen wordt en bladspiegel en aantrekkelijke illustratie zijn essentiële middelen om lezers uit te nodigen en in te palmen.

Naast het (af)drukken en delen van eigen teksten is het vormgeven en illustreren van die teksten een belangrijke, betekenisvolle leeractiviteit. De kinderen ontwikkelen een eigen beeldtaal en leren die van anderen ‘lezen’. Dit kunnen zowel de beelden van andere kinderen zijn als die uit de hen omringende wereld.

Wereldverkenning

Gesprekken zijn aanleiding tot het doen van gericht onderzoek. De resultaten hiervan worden weer in de kring gepresenteerd. Het is het leren kennen van jezelf, de ander en de wereld waarin je leeft.

Zowel in het atelier als in de stamgroepen en de werkplaatsen kunnen fascinaties, eigen ervaringen en gesprekken tussen kinderen aanleiding zijn voor het doen van gericht onderzoek. Dit is nooit een geïsoleerde activiteit maar altijd geïntegreerd in alle andere activiteiten.

Daarnaast wordt het onderwijs aangevuld met thema’s uit de kerndoelen –oriëntatie op jezelf, de ander en de wereld-. De leerkracht kan onderwerpen introduceren en deze in een betekenisvolle context samen met de kinderen uitwerken.

Correspondentie

Een Freinetgroep wisselt met een vaste regelmaat meestal goed gevulde enveloppen uit met een (Freinet)groep in een andere omgeving. De inhoud kan bestaan uit: teksten, klassenkranten, werkstukken/studies, cd’s en videobanden, digitale films en foto’s, brieven, creatief werk…

Leerlingen laten werk zien aan leeftijdgenoten en delen ervaringen en ontdekkingen Daarnaast gaan er heel wat mails tussen de kinderen op en neer. Het is een van de technieken uit het Freinetonderwijs, die door de komst van de pc de laatste tijd weer steeds duidelijker terug in beeld is.

Als de correspondentie goed loopt, biedt dit al snel mogelijkheden tot werk: onderzoek, werk nadoen, vragen stellen en beantwoorden, taalactiviteiten, expressie …

Het delen van ervaringen tussen de verschillende groepen wordt op de vrijplaats mogelijk gemaakt door ieder kind een postvakje te geven.

(zie bijvoorbeeld het project -ketting van verhalen- https://projectmarike.wordpress.com/

Ook is er ruimte voor interculturele uitwisseling door post te sturen naar en te ontvangen van kinderen in andere delen van de wereld (www.postuitpolen.nl)

 

 

Dagboek

Een dagboek is vaak een grote map, waarin elke dag (belangrijke) gebeurtenissen uit de groep worden weergegeven door middel van teksten, tekeningen, (digitale) foto’s …  Het is het boek over het doen en laten van de groep, het geheugen van de klas, dagelijks door de kinderen en leerkracht verrijkt. Kinderen leren ervaringen verwoorden. Hun leven en belevenissen doen er toe, blijven bewaard en kunnen opnieuw gelezen en beleefd worden.

Verslag van de dag

De verantwoordelijke leerlingen maken een verslag van de dag en voegen foto’s en (gescande) illustraties toe.

Het documenteren in woord en beeld van de processen die kinderen doormaken is een belangrijk onderdeel van de werkwijze ontwikkeld in Reggio Emilia. Het onderwijs op de Vrijplaats is mede geïnspireerd door de Regio Emilia benadering.

Kinderen, leerkrachten en kunstenaars vullen op de Vrijplaats samen het dagboek van de groep. Zo worden gebeurtenissen, (leer)processen en de geschiedenis van de groep zichtbaar. En er kan steeds op teruggekeken worden.

 

Ook heeft ieder kind een persoonlijk portfolio. Dit bestaat uit een digitaal en een fysiek deel. Het portfolio op papier is in de groep aanwezig en bestaat uit werk van de kinderen, foto’s, verhalen end. De kinderen kunnen er altijd alleen of met anderen in kijken. Zo wordt het een middel om het leerproces te documenteren en evalueren.

Bron:

http://www.freinet.nl/nl/technieken.html